8/25/2016

SYMMACHUS (4e eeuw)

"Wat de mensen ook mogen vereren, men mag aannemen dat het om één en hetzelfde iets gaat. We kijken naar dezelfde sterren; de hemel is dezelfde voor iedereen;  dezelfde wereld omringt ons. Wat maakt het uit met welke denkwijze elkeen op zoek gaat naar het ware? Een zo groot mysterie kan onmogelijk langs één weg bereikt worden." (Symmachus, 384 n.C.)

Danny Praet
De God der Goden: De christianisering van het Romeinse Rijk
Pelckmans - Kok Agora, 1995
geciteerd p. 190

8/03/2016

LEONARD COHEN: TEACHERS

LERAREN

Een vrouw ontmoet, de jaren heen,
Haar haren zwart zoals niet een,
Ben jij een leraar van het hart?
Haar zachte antwoord, neen.

Een meisje kende ik overzee,
Haar haren goud als goud voor twee,
Ben jij een leraar van het hart?
Ja, al is 't voor jou dus nee.

Een man ontmoet 't verstand was zoek
Ik moest hem vinden in een hoek,
Volg mij, sprak de wijze man,
Maar hijzelf was zoek.

Toen ging ik in een hospitaal
Waar niemand ziek was noch normaal,
Waren 's nachts de zusters heen
Lam lag ik in mijn zaal.

Ochtend kwam en dan de dag,
Bij 't avondeten 't messenscherp
bij mijn zilveren lepel lag.

Meisjes kwamen per abuis
in de rotzooi die de scalpels maakt.
Zijn jullie leraars van mijn hart?
Wij leren hoe men oude harten kraakt.

Een morgen ontwaakte ik alleen,
Hospitaal en zusters heen
Kerfde ik genoeg mijn God?
Kind, jij bent slechts been.

Eten deed ik buiten maat,
Neen, geen bord dat ik liet staan, wel
Wat kost zo ieder maal?
Wel, neem het mee en haat.

Mijn haat gebruikt op elk moment,
Op ieder werk, gezicht het felst,
Iemand wenste mij dat 't ging
Liever werd ik dan omhelsd.

Enkele meisjes omhelsden mij,
dan omhelsden mannen mij
Is mijn lijden nu volmaakt?
Nee, doe er eentje bij.

Ik was knap en zoveel meer,
Alle teksten uit het hoofd geleerd.
Genoot je van hetgeen ik zong?
Neen, je woorden knap verkeerd.

Tot wie is het dat ik mij richt,
Wie die wat ik opbiecht lust?
Zijn jullie de leraars van mijn hart?
Wij leren oude harten rust.

O leraars zijn mijn lessen rond?
Tot een andere ben ik niet in staat.   
Zij lachten, lachten en dan, Wel kind
Zijn je lessen rond?
Zijn je lessen rond?
Zijn je lessen rond?

(vertaling Dirk Verhaegen)

7/20/2016

EEN INWONER VAN ZHENG

Een inwoner van Zheng sprokkelde brandhout in de mateloze wildernis. Dat is niet iedereen toegestaan want ook in de mateloze wildernis geven wetten de maat aan. Toestemming had de inwoner gekregen van de mythische Gele Keizer, van wie gezegd wordt dat hij zwart zag, verbrand zo je wil, en deze toestemming in ruil voor een gepekeld geitenjong. Gepekeld én gestroopt. We moeten daarbij vermelden dat de sprokkelaar die toestemming wellicht slechts gedroomd had, en dat hij die droom, die heldere wildernis, voor waarheid hield. De toestemming was hem dus geopenbaard. Rechtsgeldigheid is hier uiteraard twijfelachtig al zullen sommigen staande houden dat ook de wet een hersenschim is. Sprokkelend stond de takkenbosman in de wettige wildernis plots oog in oog met een verdwaalde Romein, een zekere Placidus, die net op het punt stond om heilige te worden zoals dat met Romeinen wel eens kan gebeuren. Niet echt evident, een Romein in dit verre oosten, waar Zheng gesitueerd moet worden, want ze zeggen dan wel dat oost oost is en west west maar anderen zeggen: er is geen westen en geen oosten en zelfs in 't oosten vindt men Lappen en burlende herten. En ook wordt gezegd dat heden gisteren was en gisteren vandaag. Verdwalen kan iedereen overkomen en geluk mag het heten als men daarbij de waarheid meent te vinden in het takkenbos. Te confuus, zelfs Confusius of Hadrianus zouden het nooit ontwarren. Zo zwijgen alle wijzen in oost en west. Wijsheid en lafheid zijn niet strikt te scheiden. En subarctisch en mediterraan kunnen ook wel eens in elkaar verstrengeld raken, ook al schiet mij nu geen argument te binnen al zou de vergelijking met verstrengelde hertengeweien hier wel leuk staan als een soort prefiguratie. Terwijl ik nu aan de bezemhoek in Bosvoorde denk, waar indertijd veel gesprokkeld en gestroopt werd, gesprokkeld om bezems te maken en gestroopt om het karige bestaan wat aan te vullen, denkt ieder normaal mens bij dit visioen nu eerder aan de buis van Eustachius. De inwoner van Zheng wreef zich de ogen uit, want hij zag dat de man, de Romein en aanstaande heilige, knielde, maar het leek alsof hij om een of andere reden geïrriteerd was in zijn nakende heiligheid. Er dreigde iets fout te lopen met dat moment van bekering. De Romein scheen de inwoner van Zheng uit zijn gezichtsveld te willen wuiven, eerder dan hem te zegenen. Dat is goed te begrijpen, want de inwoner van Zheng, Zheng dat tussen haakjes (ik hoef die haakjes niet te plaatsen aangezien ik het met woorden reeds aangeef, terwijl dat niet geldt voor deze aanvullende bedenking zelf) in het huidige Henan gesitueerd moet worden, wat toen niet meer dan een bezemhoek was; deze inwoner dus wist niet dat achter hem een hert stond met een kruis in 't gewei, een beetje een variante op onze Sint-Hubertus (alhoewel deze Waal wellicht een echo is van het hier vertelde en alles in alle richtingen symmetriën kent - noem het geen plagiaat) en het mooie tafereel was zodoende verstoord, iets wat in die schemerzone tussen fictie en realiteit nooit welkom is. De heilige Eustachius in spe -Placidus- had een nauwelijks te onderdrukken neiging om de inwoner van Zheng een mep toe te dienen. 'Niet meer of deze Chinees maakt zich meester van mijn visioen en hij is nog in staat het kruis tot brandhout te maken en het hert te begraven voor egoïstische consumptie in familiaal verband. Ik ken ze, die takkenbosmannetjes van Zheng. En dat terwijl ik mijn kinderen aan de wilde dieren verloor en niet weet waar mijn vrouw met haar gloeiend kruis zich met haar schipper vermaakt.' Bedenk: bossen en herten staan wellicht voor heidendom en een kruis brengt christelijke orde in die takkenbosgrillen. Het hert moet van enige solidariteit met de Romein verdacht worden. De inwoner van Zheng kreeg een stoot van het heilige dier waar tussen haakjes geen kruis op te onderscheiden was, toch niet voor die arme Chinees, die sprokkelende inwoner van Zheng, die het dier niet eens te zien had gekregen en die nu enkel sterren zag. In die omstandigheid kan het de inwoner niet kwalijk genomen worden dat hij het dier, waar hij nu oog in oog mee stond, als tegenprestatie ook een fikse klap gaf. De heilige Eustachius in wording, die niet echt een dierenvriend was, hielp na wat geruzie het dier te begraven met het oog op latere eerlijk te verdelen consumptie, het is te zeggen in gedachten compleet voor hem alleen. Een nachtmerrie, vooral wanneer je bedenkt dat zulke incidenten de heilige geschiedenissen compleet in de war kunnen sturen. We zullen het later opgraven en laten ook een stukje voor relikwieën, mompelde de fris bekeerde.  Een toevallige voorbijganger hoorde het praatje van de inwoner met de Romein die er steeds meer als een Noord-Italiaanse snob ging uitzien. Ik graaf dat beest op en ik neem het mee naar huis want mijn vrouw en kinderen leven nog. De renaissance komt aangerukt met hoofse vertragingen. Pisanello, een begenadigd schilder, bedreven in prinsessen, medailles, vreemd fruit en gevogelte, dacht: dit valt niet te schilderen. Ik zal er maar een stemmig sprookje van maken, een hoofse illusie, een christelijke zoölogie, een artistieke Artis. Een hert vind ik zo in de dierentuin en sprookjesachtige heilige edelen, die lopen hier bij bosjes te pronken in het kreupelhout. Nu waren de dood gewaande zonen van de Romein, de snob, de heilige, gered door herders en akkerlieden en zij overleefden met de tepels van een wolvin.



Dirk Verhaegen

7/17/2016

EDUARDO GALEANO

VENSTER OP DE UTOPIE

"Zij is aan de horizon (…). Ik kom twee stappen dichter, zij wijkt twee stappen terug. Ik ga tien stappen vooruit en de horizon haast zich tien stappen terug. Ik heb goed vooruit te gaan, nooit zal ik hem bereiken. Waartoe dient de utopie? Zij dient hiervoor: om verder te gaan."

Eduardo Galeano (1940-2015)

5/02/2016

HERMAN MELVILLE

'Terwijl we aan de mat werkten, was ik de gezel of loopjongen van Queequeg. Terwijl ik de vuldraad of inslag van marlijn heen en weer liet gaan tussen de lange draden van de schering, waarbij ik mijn eigen hand als schietspoel gebruikte, en terwijl Queequeg ernaast stond en telkens zijn zware eiken zwaard tussen de draden schoof en, doelloos over het water starend, onverschillig en gedachteloos de draad  telkens vast sloeg; toen, zeg ik, hing er zo'n zonderlinge dromerigheid daar over het hele schip en de hele zee, alleen telkens verbroken door het korte doffe geluid van het zwaard, dat het was alsof dit het Weefgetouw van de Tijd was, en ikzelf de schietspoel die werktuiglijk weefde en weefde in dienst van de Schikgodinnen. Daar lagen de vaste draden van de schering, onderhevig aan slechts één enkele, telkens terugkerende, onveranderlijke trilling, een trilling die maar net genoeg was om de kruiselingse verweving van andere draden mogelijk te maken. Die schering leek de onontkoombare noodzaak; en hier, dacht ik, hanteer ik eigenhandig mijn eigen schietspoel en weef mijn eigen lot in deze onveranderlijke draden. Intussen raakte Queequegs stuwende, onverschillige zwaard de inslag af en toe scheef of dwars, of hard of zacht, net zoals het uitkwam, en vormde door dat verschil in de laatste slag een overeenkomstige afstekende plek in het uiteindelijke beeld van het voltooide weefsel; dat zwaard van deze wilde, dacht ik, dat zo uiteindelijk vorm en model geeft aan zowel schering als inslag, dit losse en onverschillige zwaard moet het toeval zijn - ja, toeval, vrije wil, en noodzaak - geenszins onverenigbaar - werken hier dooreenwevend met elkaar samen. De rechte schering der noodzaak, die niet van zijn uiteindelijke weg is af te brengen - de telkens wisselende trilling ervan dient in feite slechts tot dat doel; vrije wil, die nog vrij is om zijn schietspoel tussen de vaste draden te jagen; en het toeval, hoewel het in zijn spel is gebonden binnen de rechte banen der noodzaak, en in zijn bewegingen zijdelings wordt geleid door de vrije wil; hoewel het zodoende door beide wordt gericht, beheerst het toeval op zijn beurt beide, en slaat het de laatste slag die de gebeurtenissen hun kenmerkende vorm geeft.'

Herman Melville: Moby Dick
hoofdstuk 47 p. 184
vertaling Emy Giphart
Amstelpaperbacks, 1980
Veen, uitgevers - Utrecht

4/16/2016

CHRISTIAN DOTREMONT

 "Je m'aperçus aussi à Dunkerque que le pire, c'était d'avoir pris toutes ses dispositions contre le danger. C'est dans un abri de béton, un masque à gaz à portée de la main, que j'avais eu le plus peur. C'est-à-dire alors que le danger était réduit au minimum. Etait-ce parce que je m'étais aperçu que le danger ne pouvait pas être réduit à rien, qu'une part de danger était irréductible et que j'étais parmi cette part de danger justement, enfermé? Une mince marge de liberté nous cache tout, ainsi sommes-nous faits. La sacrifions-nous pour protéger notre vie même, nous voilà le nez sur la tache de mort. Je n'ai nulle part ailleurs qu'à Dunkerque trouvé d'indice aussi saisissant du prix que nous donnons à la liberté, disons à la liberté de mouvements. Nous préférons risquer de la perdre définitivement, la liberté, que la perdre provisoirement pour risquer moins de la perdre définitivement. Est-ce qu'ainsi finalement la liberté s'est acoquiné avec le risque ? Il y a des gens qui le disent, mais il ne sont pas très drôles."

Christian Dotremont: La pierre et l'oreiller

Gallimard 1980 (1955) pages 143-144




 

3/29/2016

PO GING (GEDICHT)

PO GING TOT GEDICHT
EN GEDICHT ZEI TOT PO
GEDICHT HEEFT GEEN GEWICHT

PO GING TOT GEWICHT
EN GEWICHT ZEI TOT PO
HOU HET LIEVER LICHT


Dirk Verhaegen

3/23/2016

NO MAN IS AN ISLAND

Dear friends, my thoughts are with you and Hélène and all Belgians. At times like this one might perhaps need poetry..

No man is an island,
Entire of itself,
Every man is a piece of the continent,
A part of the main.
If a clod be washed away by the sea,
Europe is the less.
As well as if a promontory were.
As well as if a manor of thy friend's
Or of thine own were:
Any man's death diminishes me,
Because I am involved in mankind,
And therefore never send to know for whom the bell tolls;
It tolls for thee.

John Donne



All the best,
Peter Lowe

2/28/2016

THEO VAN DOESBURG

 
ALFABETHÉO



ALDO CAMINI

De rechtlijnige Theo van Doesburg had, paradoxaal genoeg, vele gezichten en vele namen. Zijn echte naam was Christian Emil Marie Küpper. Onder het pseudoniem Aldo Camini publiceerde hij in De Stijl 'van onder het stof gehaalde' futuristische literaire teksten. Ook een roman verscheen onder dat pseudoniem. Zie verder I.K. Bonset.



ASTMA

Van Doesburg stierf in 1931 op achtenveertigjarige leeftijd in Davos tengevolge van een astma-aanval. Van Doesburgs behoefte aan zuiverheid wordt soms in verband gebracht met zijn astma. 



AUBETTE (CAFE-RESTAURANT TE STRAATSBURG)

Het gebouw dateerde uit de 18de eeuw. Vanaf 1926 werd het tot amusementscomplex omgebouwd. Hans Arp en diens vrouw Sophie Taeuber Arp hadden opdracht gekregen voor wandschilderingen. Bij het project betrokken zij ook Theo van Doesburg, die o.a. de spectaculaire ciné-dancing op de eerste verdieping ontwierp naast meubilair, belettering en spijskaart. Het hele project werd spoedig na de realisatie verminkt en vernield. Recenter is het tot tweemaal toe gerestaureerd, met steeds nauwkeuriger inzichten.



ARCHITECT

Theo van Doesburg was geen architect in de normale zin van het woord. Wel staat zijn werk altijd in relatie tot architectuur. Hij werkte samen met architecten als J.J.P. Oud, Jan Wils, Cornelis Van Eesteren en zelfs Mallet-Stevens. Hij ontwierp tegelvloeren, glasramen, bedacht kleurstellingen, realiseerde baanbrekende maquettes en projecties. Hij bekommerde zich om de rol van de schilderkunst in de architectuur. Uiteindelijk ontwierp hij zijn eigen huis. Voor Van Doesburg was de schilderkunst het immateriële element tegenover de solide architectuur. Hij verkoos desintegratie boven harmonie.



ARITMETISCHE SCHILDERKUNST

Op het einde van zijn korte leven maakte Theo van Doesburg elementaristische, aritmetische schilderijen. Niet het subjectieve componeren maar een wiskundige wetmatigheid bepaalt het werk. In een geëxalteerde brief aan de dichter Anthony Kok getuigde hij van zijn nieuwe inzichten en hun potentieel. Ook in het laatste nummer van De Stijl (1931) verschijnt posthuum een artikel waarin hij een bovenpersoonlijk creëren verdedigt. Mogelijk hadden de aritmetische ontwerpen ook een cinematografische bestemming. Van Doesburg bewonderde immers de abstracte films van Hans Richter en Viking Eggeling. 



ART CONCRET

Deze groep werd in 1930 op initiatief van Van Doesburg opgericht. Het manifest wordt door 5 kunstenaars ondertekend. De groep rivaliseerde agressief met de veel ruimere groep Cercle et carré waartoe oude stijlkompanen Mondriaan en Vantongerloo behoorden. In feite was Art Concret een eenmanszaak met wat schijnvennoten. Concrete kunst is abstracte kunst die direct in de geest wordt bedacht, dus zonder abstractieproces, en die met exacte middelen wordt gerealiseerd.



AXONOMETRIE

Is een vorm van parallelperspectief. Naast maquettes maakte Van Doesburg in samenhang daarmee zulke architecturale tekeningen. Het gaat eerder over architecturale ideeën dan over echte huizen. Zoek niet naar een dakgoot! Kubische elementen schoven uit elkaar of doordrongen elkaar. In 3-d waren het rechthoekige constructies volgens de oorspronkelijke principes van De Stijl. In de 2-d projectie kregen ze echter een diagonaal karakter. Dit zou invloed hebben op het introduceren van de diagonaal in zijn schilderijen. Zie verder contra-composities.



BEELDHOUWER

Eén enkel project van Theo van Doesburg kan tot de categorie van de architecturale beeldhouwkunst en het monument worden gerekend. Het werd bekroond met o.a. Berlage in de jury maar nooit uitgevoerd.



BAUHAUS

Van Doesburg had een complexe en vaak agressieve relatie met het Bauhaus. Zie verder Weimar.



ÇA IRA!

Was een Antwerps Franstalig avant-garde tijdschrift. In 1919 werd Van Doesburg als medewerker uitgenodigd. In 1921 verschijnt een artikel: La Littérature d'Avant-Garde en Hollande. Samen hiermee werd het tweede manifest van De Stijl afgedrukt. Het artikel zelf bevatte vernietigende kritiek op de tachtigers. In 1922 verscheen Une Plastique Nouvelle en Hollande.   



COMMUNIST

Van Doesburg was communist maar verzette zich tegen van staatswege gedirigeerde sociaal-realistische kunst.



CONTRA-COMPOSITIES

Op een bepaald moment verliet Van Doesburg het strikte horizontaal-vertikaal en introduceerde hij de diagonaal in zijn werk. Twee roden, twee gelen en twee blauwen zorgden verder voor een dissonant effect. Contra-composities hebben een anti-statisch karakter, ogen dramatisch en botsen met overwegend orthogonale architectuur.



CONTRA-CONSTRUCTIES

Dit zijn axonometrische tekeningen met zwevende en doordringende vlakken. Zij onderscheiden zich van de axonometriën die uit kubische elementen bestaan. Het zijn uiterst geïdealiseerde architecturale denkoefeningen.



DADA

Onder het pseudoniem I.K. Bonset schreef Van Doesburg dadaïstische gedichten. Met zijn vrouw Nelly en Kurt Schwitters organiseerde hij een dadaïstische veldtocht door Nederland. Hiervoor ontwierp hij een typografisch opmerkelijke affiche. Naast De Stijl gaf Van Doesburg ook het dadaïstische tijdschrift Mécano uit. Zie ook X-beelden.



DE STIJL

Ook bekend als Nieuwe Beelding of Néo-Plasticisme. Theo van Doesburg was de centrale figuur van de in 1917 opgerichte groep De Stijl. De Stijl was tegelijk het propagandistische tijdschrift van de in werkelijkheid lang niet zo hechte groep. Van Doesburg bleef de hoofdredacteur tot zijn dood in 1930. Postuum verscheen een laatste nummer als huldebetoon. De Stijl beoogde een abstracte, universele beeldtaal. Individuele expressie werd uitgesloten.   



DOES

(Voor de intimi...)



DOORBEELDEN

Vroege abstracten vertrokken van figuratieve motieven: landschappen, figuren, stillevens. De stappen van figuratie naar abstractie werden vaak in reeks getoond. Zulk proces kreeg de naam doorbeelden. Vooral in de late jaren '10 is dit principe aanwezig terwijl latere werken direct uit de verbeelding ontstaan. Concrete kunst maakt een einde aan het doorbeelden en wordt direct in de geest bedacht.



EESTEREN (CORNELIS VAN)

Samen met Van Eesteren maakte Van Doesburg zeer experimentele architecturale ontwerpen (axonometriën,  maquettes). Zij werden in Parijs tentoongesteld en hadden zeer grote invloed op de ontwikkeling van de moderne architectuur. Het is de periode van het elementarisme. Deze experimenten zouden beïnvloed zijn door Einsteins tijd-ruimtelijke inzichten.



ELEMENTARISME

Van Doesburg ervaart de oorspronkelijke stijlprincipes als te statisch en tot dogma vervallen. Het elementarisme erkent nu de factoren tijd en ruimte als de meest elementaire van de Nieuwe Beelding. Ook de dissonant wordt ingevoerd, in de vorm van telkens twee gelen, roden en blauwen. Deze eigengereide verbetering van de Nieuwe Beelding zorgt voor een breuk met Mondriaan.



FORME UNIVERSELLE

In de context van de aritmetische compositie spreekt Van Doesburg over forme universelle. Ook de piramide is een forme universelle.



GLAS-IN-LOOD

Van Doesburg ontwierp glasramen voor huizen van o.a. Oud en Wils.



HEKWERK

Van Doesburg verbreedt Mondriaans zwarte hekwerk; een andere keer laat hij het weg zodat de kleurvelden elkaar raken. In sommige Contra-Composities wordt het onafhankelijk van de kleurvelden of krijgt het een draai van 45°.



ITTEN

Van Doesburg ambiëerde om leraar aan het Bauhaus te worden. Zijn radicale ideeën zouden ongetwijfeld in botsing komen met deze van Itten. Van Doesburg organiseerde daarom op eigen houtje lessen over De Stijl en de Nieuwe Beelding. Deze lessen hadden enorme invloed op het verdere Bauhaus. Zie ook Weimar.



JAFFÉ

Schreef een belangrijke monografie over Van Doesburg. Evert Van Straeten, Sjarel Ex en Serge Lemoine zijn andere belangrijke auteurs. 



KATHOLIEK

Op het einde van zijn leven bekeerde Van Doesburg zich tot de katholieke godsdienst. Een vroeg gedicht getuigt van een religieuze kijk op het kunstenaarsschap: 'De Kunst wordt religie. 'De Kunstenaar, de priester, die den wereldwil uitbeeldt, in vormen, kleuren, woorden, klanken, de Priester, aan wien Wij het nieuwe leven danken.'



KLANKBEELDEN

In zijn klankbeelden toont I.K. Bonset alias Van Doesburg de instrumentale zijde van het woordmateriaal. De klankwaarde wordt typografisch zichtbaar gemaakt. Door de klemtoon op de analyse van het woordmateriaal onderscheiden deze experimenten zich van Van Ostaijens expressionisme. 



LEIDEN

Leiden was het redactie-adres van De Stijl.



MALLET-STEVENS

Deze Franse architect leerde Van Doesburg en Van Eesteren kennen op een tentoonstelling rond De Stijl in Parijs. Hij bewondert hun werk en integreert hun invloed in eigen werk. Van Doesburg levert een bescheiden bijdrage aan een villa in Hyères: Kleurcompositie voor bloemenkamer.



MEUDON

In 1928 ontwierp Van Doesburg voor zichzelf en zijn echtgenote Nelly een atelierwoning. Het werd een sober wit gebouw met slechts enkele kleuraccenten in geel-rood-blauw. Het ligt in de Parijse voorstad Meudon en werd voltooid in 1930. Vandaag is het bezit van de Nederlandse Staat en het wordt verhuurd aan kunstenaars. 



MEUBELS

Voor Café Aubette in Straatsburg ontwierp Van Doesburg Thonet-achtige stoelen. Eind jaren '20 ontwierp Van Doesburg voor zijn eigen atelierwoning een stalen buisstoel.



MONDRIAAN

Mondriaan was hoofdzakelijk schilder, die zeer consequent evolueerde. Zijn vroege abstractie was bepalend bij het ontstaan van De Stijl. Theo Van Doesburg evolueerde daarentegen eerder sprongsgewijs tot contradictorisch. Zijn formuleringen klinken dogmatisch terwijl hij tegelijk zijn vorige standpunten voortdurend vernietigt of overwint. Naast schilder was hij ook typograaf, criticus, leraar, letterkundige, performer, architecturaal ontwerper. Het conflict tussen Mondriaan en Van Doesburg kan niet uitsluitend betrekking hebben gehad op het introduceren van de diagonaal. Mondriaan was een beschouwelijke idealistische utopist, Van Doesburg was een rusteloze activist in het heden.  



MÉCANO

Naast De Stijl bedacht Van Doesburg ook het dada-tijdschrift Mécano waarvan vier nummers verschenen. De vormgeving is dadaïstisch met constructivistische allure.



NELLY VAN DOESBURG

Was Theo's derde vrouw. Hiervoor brak zij met haar familie. Zij was pianiste die modernistische muziek speelde en zij nam actief deel aan de dadaïstische tournees.  



OUD (J.J.P.)

Was een baanbrekend Nederlands architect. Het vakantiehuis De Vonk kreeg door Van Doesburg ontworpen tegelvloeren. 



PETRONELLA

zie Nelly



PSEUDONIEMEN

Theo Van Doesburg zelf was op zich reeds een schuilnaam. Die verwees naar zijn natuurlijke vader. I.K. Bonset en Aldo Camini waren andere schuilnamen.



QUERIDO: !-,-?-:„  ‟-()˙˙



RICHTER (HANS)

Vanaf 1921 is de dadaïst Hans Richter een medewerker van De Stijl. De abstracte film van Richter bood nieuwe perspectieven binnen de beeldende kunst.



SCHWITTERS

Met Kurt Schwitters organiseerde Van Doesburg dadaïstische soirees. Zij publiceerden ook het dadaïstische sprookje Die Scheuche X, een typografisch pareltje. Van Doesburg maakte ook collages à la Schwitters en Schwitters collages en assemblages à la De Stijl.



SCHILDER

In de eerste jaren van De Stijl kende Theo Van Doesburg de schilderkunst de belangrijkste rol toe. Vanaf 1920 gaat hij zich, na eerdere samenwerking met architecten, uitgesproken met architecturale problemen bezighouden. De architecturale activiteiten beïnvloeden zijn schilderwerk. Op het einde van zijn korte leven keert hij, ontgoocheld door de praktische moeilijkheden, opnieuw naar de schilderkunst. 



STIJLCURSUS

Zie Weimar en Itten.



SIMULTANE CONTRA-COMPOSITIE

Dit schilderij uit  1929/30 oogt als een kaduke Mondriaan waarbij zwart hekwerk en vlakken scheef uit elkaar vallen. Destructie was een steeds weerkerend aspect bij Van Doesburg.



SURREALISME

Van Doesburg schreef voor het tijdschrift Groot-Nederland een zeer uitvoerig artikel over het surrealisme in de Franse letterkunde. Hij apprecieerde in het surrealisme een zeker laboratoriumkarakter. Het lijkt verbazingwekkend maar illustreert tegelijk zijn veelzijdigheid.



THEORIE

Theo van Doesburg was een sterk theoreticus en vooral een vlijmscherp polemist. Hij gaf voordrachten, schreef artikelen en meerdere manifesten. De lijst artikelen is indrukwekkend. Grundbegriffe der neuen gestalteten Kunst  verscheen in 1925 als deel van de serie Bauhausbücher.



TYPOGRAFIE

zie letters



TIJDSCHRIFTEN

Van Doesburg was medeoprichter en tot zijn dood hoofdredacteur van het in 1917 gestichte tijdschrift De Stijl. Daarnaast werkte hij ook mee aan andere tijdschriften. Tijdschriften waren het internet van de avant-garde. Vormgeving en illustratie waren over de taalbarrières het internationale visuele Esperanto. Zie ook Mécano.  



UNIVERSITEITSHAL

Begin jaren '20 laat Cornelis van Eesteren Van Doesburg meewerken aan een architecturaal project voor een Amsterdams universiteitscomplex. De betrekking tussen ruimte en tijd krijgt in die periode Van Doesburgs uitdrukkelijke belangstelling. Het bleef bij plannen.  



VANTONGERLOO (GEORGES)

Was een vroeg lid van De Stijl. Hij verwierf door ruil Van Doesburgs Compositie in herfstkleuren en bekritiseerde er het te naturalistische kleurgebruik van. Wanneer Van Doesburg in België lezingen over de Nieuwe Beelding hield logeerde hij bij Vantongerloo die als tweetalige ook rechtstreeks voor het deels Franstalige publiek vertaalde.



WEIMAR

Van Doesburg leefde van 1921-1923 in Weimar. Weimar was de stad van Goethe en van het vroege Bauhaus. Van Doesburg ambieerde om er te doceren maar Gropius vond zijn Stijlprincipes te dogmatisch en vreesde een conflict met de romantisch-esoterische Johannes Itten. Als reactie organiseerde Van Doesburg in een naburig appartement een onafhankelijke stijlcursus die half clandestien door Bauhausstudenten gevolgd werd en waar hij het nog romantisch-ambachtelijke Bauhaus belachelijk maakte. Naar eigen zeggen strooide hij er het vergif van de nieuwe geest rond. De invloed op het latere Bauhaus in Dessau is enorm geweest. Een belangrijk theoretisch werk van Van Doesburg werd uitgegeven in de serie Bauhausbücher.



X-BEELDEN

Onder het pseudoniem I.K. Bonset publiceert Van Doesburg in De Stijl typografische gedichten. Vermomd als piloot gaf hij voordrachten. De mystificatie was jaren lang een absoluut geheim, ook voor zijn directe vrienden. Van Doesburg besprak als criticus het werk van I.K. Bonset. Het pseudoniem is mogelijk een anagram van 'ik ben zot'. Zie ook Klankbeelden.



ZARA (TRISTAN)

De dadaïst Tristan Zara gaf een conferentie getiteld Dada à Paris tijdens een onder auspiciën van Mécano door Van Doesburg georganiseerde dada-avond in Weimar.





Dirk Verhaegen

februari 2016

Theo van Doesburg: Aritmetische tekening










 





















Blogarchief